juli 9

Walram Romboudt (1598-1668)

Walram Rombout of Walram Romboudt, een ambachtsman uit Lissewege met een verwarrende achternaam

Eén juli was de feestdag van de Heilige Rombout, las ik op de kalender van de Druivelaar. Wie die Heilige Rombout is, kan je lezen via deze link, maar hij is blijkbaar de patroonheilige van Mechelen (de Sint-Romboutskathedraal ook met een platte toren, weet je wel), daarom misschien dat de trein in Lissewege altijd doorrijdt tot in Mechelen 🙂

Hmm, misschien wordt het eens tijd om een artikel te maken over Walram Romboudt, de mysterieuze ambachtsman van het orgel en de preekstoel in de kerk O.L.V Bezoeking te Lissewege.  

Alleen is er een probleempje met de achternaam van onze Walram Rombout. Zijn achternaam vind je zowel met -dt als met -t terug. 

Walram Romboudt: kunstenaar of timmerman?

Walram Romboudt heeft zijn sporen nagelaten. Zowel de preekstoel, het doksaal als het kerkorgel (1652) in Lissewege zijn van zijn hand. 

De werkwijze was toen wel anders dan wij denken:

Kerkmeubilair is het werk van ambachtslieden én kunstenaars:

  • de schrijnwerkers en timmerlieden timmeren de meubels op.
  • de beeldsnijders, beeldhouwers of kunstenaars snijden de beelden, reliëfs, ornamenten en sierwerk.

Aan het begin van de werken werd een akkoord afgesloten tussen de verschillende partijen waarin werd overeengekomen voor een bepaald werk. Het contract bevatte over het algemeen een algemene beschrijving van de werken, de afmetingen, vereisten van de kwaliteit van het hout, verwijzingen naar het patroon, een model of voorbeeld. Soms is er ook iets te lezen over de iconische afbeeldingen. Ook de manier van betalen, leveringsdatum en de controle van de werken stond erin beschreven. 

preekstoel lissewege

Eenhoorn, een detail uit de preekstoel van Lissewege - foto: Bruno Jacxsens

Van weinig kerkmeubelen zijn de beeldsnijders met naam bekend, soms gaan de schrijnwerkers door als diegene die het artiestieke gedeelte hebben uitgevoerd, alhoewel ze dit normaal niet mochten doen. Want je had ambachtsreglementen, die wel in elke stad verschilden, maar je mocht niet zomaar jezelf schrijnwerker of beeldsnijder noemen. Dus weet men soms niet met zekerheid wie het ontwerp van het kerkmeubel of kerkorgel heeft gemaakt.

Maar in Lissewege vormt Walram Rombout wellicht de uitzondering. Hij was de beeldsnijwerker of kunstenaar en misschien ook wel de timmerman. Want Walram deed allerlei werken: hij was timmerman, schrijnwerker, beeldensnijder, doodskistenmaker, fabrikant, schatter, eigenaar en landpachter. Wellicht volgde Lissewege niet de reglementering die in stad Brugge gold (de Lissewegenaars zijn al altijd ‘tegendraads’ geweest) of was er een andere kunstenaar aan het werk? De bouwer van het orgel is gekend: Boudewijn Le Dou en de schilder was Marcus Bollaert. Walram deed wellicht de orgelkast en de versiering.

Orgel Lissewege

Het kerkorgel in Lissewege - Foto: Bruno Jacxsens

Johan Ballegeer heeft gezocht of hij lid was van de Brugse gilde der timmerlieden, maar daar is nergens een spoor van te vinden, alleen een prijsbrief zit er in het stadsarchief. Maar dat is misschien niet te verwonderen, want Lissewege maakte deel uit van het Brugse Vrije, niet van de stad Brugge. Walram Romboudt wordt wel vermeld als ‘timmerman van zijnen style’ en één keer als ‘meester-timmerman’. Het is wel mogelijk, gelet op het vele werk dat Walram verzet heeft, at hij werkte met verschillende gezellen. Dat was toen ook normaal. 

Walram Rombout manusje-van-alles in Lissewege

Dat Walram ook timmerman en manusje-van-alles was blijkt wel uit de oude rekeningen van het dorp. Zo kreeg Walram Rombout ook het onderhoud van de ‘orlogerie vande kerck’ (het horloge van de kerk) toevertrouwd. Hij kreeg hiervoor 7 pond, in 1639 werd dit 8 pond. Maar het horloge was blijkbaar weerspanning want in 1628 moest de Brugse ‘orlogiemaeckere’ Jan Haeghebaert uit Brugge komen helpen. Ook Walram hielp mee aan de herstelling, want hij kreeg 5 pond, 2 schelling en 4 grooten voor zijn werk, o.a. het maken van ‘het huysken van de orlogie’. In 1634 kreeg Walram nog een extra bedrag  van iets meer dan 1 pond omdat hij olie en ‘ijserdreat’ moest leveren voor ‘deselve orlogerie’.

Preekstoel Lissewege

Preekstoel Lissewege in 1930 (let op het verdwenen tabernakel op het altaar in de Mariakapel - bron: UGent

Er is ook beschreven dat in 1653 Walram de leiding kreeg over de werken voor een nieuwe ‘camere van het huus van de pastor van dese prochie’. De kosten waren 715 pond, waarvan Walram 208 pond kreeg. Dit werd overigens deels gefinancierd door de hoofdman van het dorp en de parochianen. Dus een deel van het de oude pastorie (dat was wellicht het huus van de pastor) is eigenlijk van ons allemaal, de parochianen van Lissewege :-). Tenzij het om een ander gebouw gaat.

Dat het ‘Huis Rombout’ ook doodskisten maakte, staat ook beschreven, want ook zijn zoon Karel had er eentje gemaakt volgens de dorpsrekeningen.

Maar Walram werkte vooral in de kerk, zelfs metselwerken. De volledige lijst kan je lezen in dit artikel van Johan Ballegeer in de Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis.

Hij werkte ook vaak samen met zijn broer Joris. In die tijd is dat te begrijpen. Vele huisjes waren nog steeds van hout (werk voor Walram) en met stro gedekt (werk voor Joris). Zijn broer stierf echter in 1640 aan de pest. Joris is geregeld vermeld voor de levering van voedingswaren aan de armen, verzorgen van zieken en logeren van ambtenaren, bedienden en soldaten. In 1638-39 was hij „ ontfanghere van den Disch ”, dit kan je vergelijken met het huidige OCMW. Kort voor hij stierf valt er te lezen dat Joris een zieke huisvesten. Misschien geen goede beslissing geweest in tijden van pest…

preekstoel lissewege

Het ondeugend (b)engeltje in de preekstoel in Lissewege - foto: Bruno Jacxsens

Het kerkorgel in Watervliet

Tot mijn verbazing ontdekte ik dat Walram Rombout ook mee had gewerkt aan het kerkorgel van Watervliet. Watervliet? Daar is mijn familie van afkomstig en in de kerk was ik al geweest, jammer genoeg voor begrafenissen. Hoe toevallig...
 
Het verschil tussen timmerman en beeldensnijder wordt misschien duidelijker door dit kerkorgel. De huidige kerk werd in 1504 gewijd en deze kerk werd wellicht gebouwd door de familie Rombout II Keldermans. Mogelijk was dit familie van Walram Rombout, want hij duikt wel veel later, namelijk in 1643 op als beeldensnijder van de orgelkast van het kerkorgel. Het orgel was geleverd door Bruggeling Boudewijn Ledon voor 353 pond, 16 schellingen en 4 grooten. De orgelkast lijkt op dat van Lissewege, want de orgelkast heeft grote cherubijnen, allerlei krulwerk, engelen, gebladerte, vruchtenslingers, zuiltjes, maskers en gedrochten (zoals de duivel op het orgel in Lissewege).

orgel watervliet

Het kerkorgel in Watervliet - bron: Vrienden van Watervliet

Of er nog kerkorgels door Walram gemaakt zijn, is niet zeker, maar de orgels van Uitkerke (1624, oorspronkelijk uit de Eeckhoutabdij van Brugge), Damme (ca. 1630) en Westkapelle (1645) tonen enige gelijkenis met het Lisseweegse orgel. Wat wel zeker is, is dat Lissewege de oudste orgelkast heeft van heel Brugge.

Walram Romboudt moest ook belastingen betalen

De inkomsten van de parochie van Lissewege kwamen voort uit belastingen die waren opgelegd op de landerijen en de molens. Van 1650 tot 1653 werden de ambachtslui en handelaars echter ook belast op hun verdiensten. 

In 1650 betaalde hij 5 schelling. De molenaars betaalden overigens de meeste belastingen (10 pond), dan kwamen ‘de tavernier ende brauwer’ (2 pond), ‘de smidt’ (20 schelling),’ de backer’, ‘wijnckelier’, ‘waghenmacker’ en ‘gareelmaecker’ (10 schelling elk). In 1650 was Walram dus zeker niet de meest verdienende inwoner van het dorp. Het woonhuis van Walram Romboudt in Lissewege

Walram Romboudt woonde midden in het dorp. Hij had zijn woonhuis en werkplaats op de plaats waar nu restaurant De Pepermolen gevestigd is. Misschien daarom dat er in dat restaurant zovele houten balken verwerkt zijn. 

Preekstoel Lissewege

De omgekeerde eikels op de trap van de preekstoel in Lissewege - foto: Bruno Jacxsens

Het handschrift van Walram Romboudt

Johan Ballegeer heeft eens onderzoek gedaan naar de handtekeningen in het pachtboek van Lissewege uit het begin van de zeventiende eeuw. Het zijn eigenlijk geen handtekeningen, maar monogrammen of sibbetekens: tekeningetjes die de mensen maakten om zich te identificeren. Meestal in de vorm van een kruis.

Hieronder zie je alle sibbetekens die nagetekend werden door Johan Ballegeer naar de voorbeelden uit het pachtregister.

Sibbetekens

Want de pachter moest de eerste zondag nadat hij een stuk grond gepacht had, in de schrijfkamer van de kerk zijn pachtbrief tekenen. Het pachtboek bestaat uit een opeenvolging van pachtbrieven, ondertekend door pachters (dit zijn niet altijd landbouwers) en tegengetekend door de kerkmeester of een andere functionaris. Om te tonen hoe dit eruit ziet, twee foto’s van de tekeningen uit het artikel van Johan Ballegeer. Je zult zien dat de dorpelingen die nummer 29 gebruikten in de zeventiende eeuw de swastika uit Wereldoorlog II al kenden. De namen van de ‘snoodaards’ waren: Maryn Vandepitte, die dismeester was in 1609, en de pachters Carel Bonnegauwe 1630 en Lieven Vander Meis 1650. Nee, serieus, de nazi’s hebben oude symboliek gebruikt voor hun partij. Het was een oud religieus en spiritueel teken dat door de Hindoes, Boeddhisten, Indianen werd gebruikt en verwees naar de zon en geluk.

Het sibbeteken van Walram Rombout staat er ook op: nummer 49 (hé, dat is het getal 13 - 4 + 9, het getal dat in de kerk verborgen is). Een kunstenaar mag inderdaad meer op papier zetten dan een gewoon kruisje.

Er zijn ook enkele akten van schattingen die hij gedaan heeft, bewaard in het stadsarchief. Daar kun je zijn handtekening en handschrift op zien. 

Eigenaar Walram Rombout 

Hij was dan ook eigenaar van verschillende gronden: 

  • vóór ofwel vanaf 1627 pachter van twee stukken grasland, welke in de nabijheid van de tegenwoordige veerplaats over het Boudewijnkanaal gelegen waren, 
  • hij was bovendien eigenaar van verscheidene percelen waarop grondrenten, erfelijke en losbare, gevestigd waren 

Eén ervan bezwaarde “De Smisse”, later bekend als het „ Café des Sports ” naast de Heulebrug, nu restaurant De Pepermolen. De Smisse ” is wellicht de woon- en werkplaats geweest van Walram, vandaar misschien dat er in de muren van het restaurant zoveel balken verwerkt zitten…

Op 6 april 1625 pachten Walram en zijn broeder Joris, „weert” en strodekker, samen een huis en erf voor hun vriend. Tenslotte kun je in het kerkarchief te Lissewege nog lezen over een ongedateerde aankoop, onder art. 6, van 88 roeden land.

De familie Rombout

Rond 1566 woonde er een zekere Lambrecht Rombout in Lissewege die toen ook al als schrijnwerker werkte in de kerk. Hij was misschien de grootvader van Walram. Zijn zoon Jacob Rombout had op zijn beurt 3 kinderen, waaronder Walram. Jacob had ook nog een dochter Anna die op 20 juli 1615 met Arnold Tronquoy trouwde en een zoon Joris (Joost) die op 11 september 1618 trouwde met Maddeleene Fernandez (dochter van Antonio), die de weduwe was van Pieter Scharre. Joris stierf op 22 mei 1640 en zijn vrouw op 15 januari 1641.

Walram trouwde met Antonia Pauwels (dochter van Philip Pauwels)  op 9 oktober 1618, maar zij stierf op 25 november 1640. Er waren ook 2 kinderen gestorven. Walram trouwde nog een tweede keer. Met Beatrix Van Moer in de kerk van St.-Anna in juli 1641.  

In 1667 begraaft Walram drie van zijn eigen dierbaren. Op 31 maart sterft zijn vrouw Beatrijs, zeventig jaar oud. Ze wordt met een solemnele dienst begraven binnen de kerk. Dit bewijst de hoge standing van Walram Rombout. Op 14 november sterft zijn kleinkind en veertien dagen later wordt zijn schoondochter ter aarde besteld. Kort nadien schijnt ook Walram niet meer tot de levenden te behoren. Tot 1667 komen in de disrekeningen betalingen van doodkisten aan hem voor. 

In 1668 gaan deze betalingen naar Karei Romboudt, zijn zoon. In de wintermaanden van 1667-68 vindt men in de begravingregisters van Lissewege gemiddeld drie begravingen per dag van personen, welke gestorven zijn aan de „ contagieuse zieckte ” of de pest . Walrams eigen sterfdatum is echter niet te vinden in de Lisseweegse begravingslijsten: was hij niet in Lissewege toen hij stierf en kon hij door de besmettelijke pest niet overgebracht worden naar Lissewege?

Uit zijn eerste huwelijk had Walram volgende kinderen:

  • Martina (°Lissewege, 19 oktober 1619 en + voor 1640)
  • Barbara (°Lissewege, 8 maart 1636 en + voor 1640) (let op het leeftijdsverschil van 17 jaar tussen beide dochters)

Uit zijn tweede huwelijk had hij drie kinderen:

  • Jooris (°Lissewege, 28 juni 1643)
  • Karel (°Lissewege, 25 september 1644)
  • Adriana (°Lissewege, 22 oktober 1646)

Meer dingen heb ik niet gevonden over Walram. Daarna lopen alle sporen dood.

Jammer dat we niet weten hoe hij eruit zag. Ik vraag het me af. Zou hij nog orgels, preekstoelen of ander houtsnijwerk in de omgeving afgewerkt hebben. Misschien moet ik toch nog eens naar Watervliet gaan.

Bronnen:

BALLEGEER, J., “Handtekeningen en sibbetekens te Lissewege in de eerste helft van de 17e eeuw”, Rond de Poldertorens, 1964, 32-41.

BALLEGEER, J., “Walram Romboudt kunstambachtsman van Lissewege (ca. 1598-1668)”, Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis, 96, 1-2).

BALLEGEER, J., “Wandeling door het rustieke Lissewege”, Rond de Poldertorens, 2000, 84-92.

BALLEGEER, J., “Praatjes bij straatjes: Straten in het Werkgebied van de Heemkring St.-Guthago (Deel 3)”, Rond de Poldertorens, 2003, 111-147.

DE PAEPE, J. en HAERENS, D., “Sint-Laureins in vogelvlucht Onze Lieve Vrouw Hemelvaartkerk van Watervliet”, via Zwinstreek.eu

DE VLIEGHER, L., “Brugse beeldhouwsnijders tussen de 17e en 18e eeuw”, Biekorf, 2005.

VANDEPITTE, G., “Over Lissewegenaren en Lisseweegse parochietekeningen uit de eerste helft van de XVIIe eeuw - Deel 1”, Rond de Poldertorens, 1962, 8-93.

VANDEPITTE, G., “Over Lissewegenaren en Lisseweegse parochietekeningen uit de eerste helft van de XVIIe eeuw - Deel 2”, Rond de Poldertorens, 1962, 140-151.

VANDEPITTE, G., “De pest te Lissewege”, Rond de Poldertorens, 1963, 17-23.

VANDEPITTE, G., “Lisseweegse parochierekeningen uit de 2de helft van de XVIIe eeuw - Deel 1”, Rond de Poldertorens, 1963, 61-71.

VANDEPITTE, G., “De dorpskom van Lissewege en omgeving, deel 1”, Rond de Poldertorens, 1970, 16-26.

VANDEPITTE, G., “De dorpskom van Lissewege en omgeving, deel 2”, Rond de Poldertorens, 1970, 75-89.VANDEPITTE, G., “Toverij in Lissewege en ... de Europese politiek - 1594-1596”, Rond de Poldertorens, 1981, 109-122.

Erfgoedsprokkel van Watervliet

Stadswoningen | Inventaris Onroerend Erfgoed

Doksaal, doksaal | Erfgoed Brugge

Pelgrimskerk met verrassende collectie (erfgoedinzicht.be)

Preekstoel, preekstoel | Erfgoed Brugge

Het orgel - VZW VRIENDEN VAN WATERVLIET

Orgelsite.nl

Wil je meer weten over de geschiedenis van Lissewege?

Grasduin in onze kennisbank (in opbouw). Wie een bijdrage wilt leveren kan altijd een mailtje sturen naar visitlissewege@gmail.com

Lees een thriller die zich afspeelt in Lissewege

Zoektocht naar de heilige graal van de tempeliers, verborgen symboliek in de kerk, een seriemoordenaar die moordt volgens de 7 hoofdzonden, wat wil je nog meer? Met spotifylijst.

Overnachten

Als je wilt overnachten in Lissewege, kan je kijken op de pagina Overnachten, maar je kan hieronder ook direct zoeken via Trivago voor de beste deal.


Voor als je nog meer informatie wilt:

Walram Romboudt (1598-1668)

Walram Romboudt (1598-1668)
>