mei 14

Een wereldbekend jurist uit Lissewege: Jacob Reyvaert of Raevardus (1535-1568)

In het eerste jaar van mijn rechtenstudie had ik een vak Geschiedkundige Inleiding tot het Privaatrecht van professor Raoul Van Caenegem. Het was, ondanks de inspanningen van de prof, een saai vak. Een opsomming van de geschiedenis van het recht. Een blokvak waarin je jaartallen en namen moest kennen.

Maar in de loop van het jaar werd plots mijn interesse gewekt.

Want ik had een bekende naam ontdekt tijdens de cursus. 

De naam van een Lissewegenaar.

Jacob Reyvaert of Raevardus.

Hoe kwam de naam van een middeleeuwse inwoner uit Lissewege in een universiteitscursus in de jaren ‘90?

Ik kende hem alleen van de Jacob Reyvaerstraat. 

Wie was hij? Hoe kwam hij in mijn cursus terecht?

Wie was Jacob Reyvaert?

Hij werd geboren rond 1534/1535 in Lissewege. Hij was een jurist en humanist. Humanisme is een filosofische en ethische houding die de waarde van mensen benadrukt en in het algemeen de voorkeur geeft aan kritisch denken en bewijs (rationalisme en empirisme) boven het accepteren van dogma of bijgeloof.

Jacob Reyvaert

Zijn naam vind je op verschillende manieren terug, want zoals het de gewoonte was bij humanisten, veranderde men zijn naam in een Latijnse versie: Jacob Reyvaert werd

  • Raevardus
  • Raevardus, Iacobus
  • Raewaerd, Jacob
  • Raewardus, Jacobus
  • Revard, Jacques
  • Reyvaert, Jacques

Hij kwam uit een gegoede landbouwersfamilie. Familieleden bekleden vaak belangrijke ambten in Brugge. Zijn vader, François Reyvaert stierf vroeg. Dus nam zijn broer Engelbertus Reyvaert de voogdij over van de minderjarige kinderen.

Hij ging naar school in Brugge bij Jan Geldrius, waar hij o.a. Latijn en Grieks leerde.  Van zijn 15 jaar tot 18 jaar studeerde hij rechten en wijsbegeerte aan de Universiteit van Leuven in het Collegium Trilingue. Hij legde zich ook toe op de studie van de oude talen.  Daarna ging hij studeren in Orléans, vermoedelijk tot 1558. Want hij moest terugkeren naar Brugge door de oorlog tussen de Habsburgse keizer Karel V en de Franse koning Henri II.

Hij trouwde met Petronilla Ommejaegher, dochter van Jean Ommejaegher en Josijne Cornelis. Jean Ommejaghere was raadsheer (1533) en schepen (1542, 1554) in Brugge. Jacob en Petronilla kregen 4 kinderen:

  • François: huwde met Anna van der Plancken en kreeg een dochter, Anna (+ 23 juni 1654) die in 1620 huwde met Gaspard Wynckelman.
  • Pierre: volgde zijn vader in zijn studies in Orléans in 1582, was taalman in Brugge in 1591, maar hij stierf vroeg (net als zijn vader).
  • Jacques
  • Isabelle/Isabeau

Op 22 september 1566 droeg het koppel een rente op een hofstede in de ambacht Uitkerke over.

Jacob Reyvaert stierf in Brugge op 1 juni 1568. Hij was maar 34 jaar oud.

Hij werd begraven in de kerk van Lissewege, waar er al grafstenen van zijn voorouders lagen. 

Zijn grafschrift, geschreven door zijn vriend Ianus Lernutius luidde als volgt:

Grafschrift Jacob Reyvaert

Volgens het grafschrift plengt de onsterfelijke godin tranen omdat door het overlijden van Jacob Reyvaert, het Romeins recht is uitgewist. 

Ik heb gezocht, maar zijn grafsteen niet terug gevonden.

Er bestaat nog een fundatie van de familie Reyvaert, volgens dewelke elke jaar een mis (een jaergety met drie lessen)  zou moeten worden gehouden voor de rust van de afstammelingen van François en Jacques Reyvaert. 

In de negentiende eeuw schreef VAN HOLLEBEKE dat er in het transept een marmeren steen was waarop alle fundaties gegraveerd waren. Hieronder zie je de tekst over de fundatie van Reyvaert, zoals ze op de steen stond:

Fundaties Reyvaert

De familiale achtergrond van Jacob Reyvaert

Hoe kwam het dat een Lissewegenaar jurist werd en zo'n bekendheid genoot? Het is dan altijd interessant de familiale achtergrond te kennen. Gelukkig heb je hiervoor vaak een schat aan informatie in heemkundige tijdschriften, zoals in Rond de Poldertorens.

Bovendien heb ik nog een reden, die duidelijk zal worden in de volgende blogpost. Het is door deze reden, dat ik toch iets uitgebreider inga op de familiebanden.

Wapenschild familie Reyvaert

Grootvader Jacob Reyvaert

De grootvader van Jacob, ook Jacob Reyvaert was een vrijlaat. Hij was getrouwd met Catheline Huughezeune. Bij zijn overlijden bezat hij enkele kleinere lenen: enkele in Heist had hij geërfd van zijn vader en enkele lenen in het ambacht Lissewege had hij zelf gekocht. Hij woonde in Lissewege op een hofstede met de naam Hooghe Hof met bomen, een boomgaard, poort en voorhekken, ten noordwesten van de kerk. Hij was eigenaar van talloze weilanden in Lissewege, Heist, Ramskapelle en Dudzele. Bij zijn overlijden was er een ellenlange lijst van pachters. 

Hij bezat ook enkele steenbakkerijen. Na zijn overlijden stonden er nog schulden open van Brugse metselaars en dakleggers. Hij bezat enkele kleinere huizen in de Spickelboortstraetkin en een groter huis “Ter Pensee” in de Wollestraat. 

Met zijn vrouw had hij vier kinderen:

  • François
  • Lenaerdine: gehuwd met Gaspar van den Briaerde die in 1540 in Lissewege woonde. Hij werd in dat jaar voogd over de kinderen van François toen die overleden was. 
  • Marie: gehuwd met Lenaert Casembroot (1526?), een leraar Latijn die in 1524 rechten ging studeren in Padua. Daarna werd hij raadspensionaris in Brugge (1535-1539), een schepen van Brugge (tussen 1542 tot 1557 verschillende keren). Marie kreeg 4 kinderen en stierf rond 1537. Lenaert nam de voogdij van de kinderen van François over rond 1552 van Gaspar (wellicht door zijn overlijden). Lenaert stierf rond 1558.
  • Katheline: gehuwd met Reynier Wynckelman die Brugse stadsmagistraat was. Ze overleed op 4 mei 1587, haar man was al overleden in 1566.
  • Margeriete: gehuwd in 1527 met Blankenbergenaar Lambrecht De Neve die na haar overlijden in 1534 jarenlang procedeerde om een deel van de nalatenschap van Jacob Reyvaert op te eisen. Met al de juristen in die familie wellicht geen goed idee.

Nadat zijn vrouw overleden was op 22 augustus 1522, kreeg hij nog vier kinderen bij Adriana Symoens: Pierkin, Copkin, Tannekin ende Jozineken (hij was dus niet hertrouwd). Jacob overleed in Brugge, in zijn huis in de Wollestraat op 15 augustus 1538.

De vader: François Reyvaert

De vader van Jacob Reyvaert (de humanist dus), trouwde zeer goed: met Francijne Bennins, dochter van Jan Bennins, een advocaat bij de Raad van Vlaanderen en in 1529 raadsheer in Holland. François zou ook jurist geweest zijn. Hij had in Lissewege een hofstede in pacht, ten noordwesten van de kerk. Hij woonde ook effectief in Lissewege. Hij werd in 1539, samen met Pieter De Smet, voogd over de kinderen van Lenaert Casembroot bij overlijden van zijn zus Marie. In 1540 overleed hij zelf en werd hij als voogd vervangen. Hij was ook jong toen hij stierf, want er werd een wezenakte opgesteld voor zijn kinderen op 4 ‘sporcle’ 1540.

Hij had twee kinderen: 

  • Jacob Reyvaert (zie hierboven)
  • Engelbert (Ange): hij werd in 1570 voogd over de kinderen van zijn broer Jacob. Engelbert was raadsheer van Brugge in 1577 en 1579, schatbewaarder in 1580 en 1581 en schepen in 1582. Hij troude met Elisabeth van Volden. Hij overleed op 6 mei 1595, zijn vrouw op 26 september 1593. Ze hadden 3 kinderen: Engelbert en Gerard (beiden jong gestorven) en Marie die huwde met Jean Stockhove.
Graftekst Engelbertus Reyvaert

De vrouw van François hertrouwde nog verschillende keren: nog drie keer:

  • met medicus Pierre Reese
  • met pensionaris Jean van den Heede
  • met schepen Pierre Springeel
Francijne Benins

De carrière van Jacob Reyvaert in Brugge en het onderwijs

Jacob werd op 2 september 1558 tot schepen benoemd. Als schepen hield hij zich bezig met het bestuur en de rechtspraak. Daarna werd hij hoofdman van het Sint-Nicolaas sestendeel of stadsectie. Tussen 1560-1561 bekleedde hij geen publiekelijk ambt.

Jacob Reyvaert

Jacobus Revardus toegeschreven aan Johann Franck, 1688 - Bron: Berlin, Staatsbibliothek zu Berlin - Preußischer Kulturbesitz, Handschriftenabteilung, Inv.-Nr. Portr. Slg / Slg Hansen / Juristen / Bd. 10 / Nr. 28 via Portraitindex.

Op 2 september 1562 werd hij opnieuw raadspensionaris van de stad (d.i. een functie waarin juridische bijstand werd verleend aan de magistraten) en het jaar daarop hoofdman van het Carmers sestendeel. Op 2 september 1564 werd hij opnieuw raadslid. 

In 1560 tot 1562 keerde hij naar Leuven terug om er tot doctor te promoveren.

In 1565 werd hij hoogleraar in Douai. Hij doceerde Romeins recht en kerkelijk recht. Hij kreeg hiervoor een vergoeding van 250 gulden, wat meer was dan wat een buitengewoon hoogleraar kreeg (tussen 100 en 200 gulden), maar minder dan wat een gewone hoogleraar in Romeins recht kreeg (tussen 300 en 500 gulden). Waarschijnlijk was dat te wijten aan het feit dat hij niet had kunnen doctoreren in Orléans.

Hij hield dit maar één jaar vol, ondermijnd als hij was door TBC. Hij trok weer naar Brugge, waar hij zich nog uitsluitend met zijn juridische werkzaamheden bezighield.

Jacob Reyvaert

Biografie van Iacobus Raeuardus
Bron: MIRAEUS, A., Elogia illustrium Belgii scriptorium, Antwerpen, 1602, pag 104-106.

Let op de schrijfwijze van Lissewege in dit document: Lifsiwega 

De status van Jacob Reyvaert

Volgens Pieter De Baets is er geen goede verklaring waarom grootvader Jacob zijn kinderen kon doen trouwen in een intellectueel actief milieu, met uitzondering van zijn relatieve welstand. Of het zou door zoon François moeten zijn die door zijn studies met dit milieu in contact kwam. Dat Jacob rechten heeft gestudeerd, mag niet verwonderen: zijn grootvader Jan Bennins, zijn oom Lenaert Casembroot en zijn oom Reynier Wynckelman waren naast zijn vader François juristen. Ook huisvriend Pieter De Smet was jurist. 

Het staat wel vast dat Reyvaert ook corrector van proefdrukken was bij de drukkerij Goltzius. Uit verklaringen van de weduwe van Jacob Reyvaert kan er opgemaakt worden dat Jacob ook een financieel belang zou gehad hebben in de drukkerij. Misschien was hij wel één van de financierders?

Waarom is Jacob Reyvaert bekend?

Jacob Reyvaert publiceerde verschillende werken. Vooral over Romeins recht.

Een lijstje van de door hem gepubliceerde werken voor de volledigheid:

  • De praeiudicis, Antwerpen, 1559
  • Tribonianus sive de variis usucapionis differentiis adversus Tribonianum liber singularis ; ejusdem ad legem Scriboniam liber singularis. Antwerpen, Plantin, 1561 (opgedragen aan Guido Laurinus): een poging om het begrip van de ‘verjaring’ in het Romeinse recht te beschrijven
  • Ad leges duodecim tabularum liber singularis, Brugge, Hubertus Goltzius, 1563 (opgedragen aan Marcus Laurinus): hierin probeert hij overgebleven fragmenten van het oud Romeinse recht, de twaalftafelenwet, uit filolofisch, historisch en juridische hoek te beschrijven. Hij slaagt erin om enkele gebrekkige stukken te herstellen.
  • Variorum sive de juris ambiguitalibus libri quinque, Brugge, Goltzius, 1564 (opgedragen aan Joachim Hopperus): dit wordt als een meesterwerk beschouwd. Het is een bespreking van allerlei problemen in het Romeinse recht. Verkeerde lezingen uit middeleeuwse boeken zet hij recht. Latijnse persoonsnamen, rechtstermen, benamingen en woorden licht hij toe op grond van ernstige historisch en taalkundig onderzoek
  • Jacob Reyvaert Viarum

    Titelblad van zijn meesterwerk Variorum sive de juris ambiguitalibus libri quinque - Bron: Drouet

  • Pro tribunalium liber singularis, Brugge, Goltzius, 1565, (opgedragen aan Viglius): een studie van het Romeins burgerrechtelijk procesrecht.
  • De proejudiciis libri duo, Brugge, Goltzius, 1565 (opgedragen aan Jan Casembroot)
  • De auctoritate prudentium liber singularis, AntwerpenPlantin, 1566 (opgedragen aan Christophe d'Assonville): hij onderzocht de rol van de ‘prudentes’ in het Romeinse recht.
  • De diversis regulis iuris antiqui, Antwerpen, 1567: studie van titel XVII van boek L van de Pandecten van Justinianus.
  • Ad titulum pandectarum de diversis regulis juris antiqui commentarii, Antwerpen, Plantin, 1568 (opgedragen aan de stadsmagistraat van Brugge)
  • Conjectaneorum libri tres nunc primum in lucem editi ex bibl. Jani Lernutii, Brugensis, poètes egregii, Frankfurt, 1601: korte opstellen die een voortzetting zijn van zijn meesterwerk ‘Varia’
  • Twee Latijnse verzen, in: Julius Caesaris Commentarii, Brugge, Goltzius, 1563.
  • Na het overlijden van Jacob, verklaarde zijn vrouw Petronilla dat ze de baten reserveerde die zouden voortkomen uit de boeken van Jacob. Dit onder beheer van Adolf Meetkerke, Frans Nants en Hubrecht Goldts, die een vooraanstaande rol hadden in het intellectuele leven in de stad Brugge in de 16e eeuw. 

    Na zijn dood werden verscheidene van zijn werken herdrukt in Duitsland (Frankfurt, Keulen, Leipzig, Jena en Helmstädt), Italië (Venetië en Napels), Leiden en Lyon. Zijn werken stonden in bibliotheken van andere juristen. Specialisten in Romeins recht in de 17e en 18e eeuw moesten zijn werken raadplegen. In 1779 werden zijn werken een laatste maal herdrukt in Napels onder de titel Opera omnia.

    In een werk uit 1620 over bekende juristen en politici (MELCHIOR, A., Vitae Germanorum iureconsultorum et politcorum, qui superiori et quod seculo et quod excurrit floruerunt, 1620), staat er zelfs een korte bibliografie vermeld:

    Jacob Reyvaert

    Lissewege wordt hierin overigens als Lisvvegâ geschreven. 

    Ook in andere bibliografieën wordt Jacob Reyvaert vermeld (zie de bronnen onderaan).

    Justus Lipsius, de Zuid-Nederlandse humanist, filoloog en historiograaf, noemde hem Belgarum jurisque magna spes (de grote juridische hoop van België) en de Belgische Papinius.

    Om zijn waarde als jurist te bewijzen, moet je maar eens kijken in welke bibliotheken er geschriften van hem bewaard zijn: bijv. de Duitse digitale bibliotheek of zijn vermelding in de Amerikaanse Library of Congress of de universiteitsbibliotheek van Harvard. Af en toe wordt er nog eens een boek van hem geveild. 

    Samengevat kan je zeggen dat hij de studie van het Romeinse recht op een zeer hoog peil heeft gebracht in onze gewesten. Hij heeft de weg gebaand voor de Noordnederlandse humanistische school en de moderne studie van het Romeinse recht. Hij staat ook vermeld in het Lexicon van West-Vlaamse schrijvers.

    De legende over Jacob Reyvaert

    Er bestaat ook een legende over Jacob Reyvaert. Maar of ze ook echt gebeurd is, is iets anders, zoals vaak met legendes.

    “Dominee Q. Jansen van Sluis beweerde in één van zijn werken dat Jacob Reyvaert destijds protestant was of toch de hervorming zeer genegen. Toen hij op een hete zomerdag over Dudzele van Brugge huiswaarts keerde, werd hij overvallen door een zeer grote vermoeidheid, een hevige dorst en een “schuddende koorts”. Reyvaert leed aan tuberculose.Gelet op zijn functie en rijkdom zal hij wellicht te paard gereisd hebben. Ter hoogte van waar nu de kapel van ter Doest staat, stond toen een lindenboom met eraan een Mariakapelletje. Voor het beeld van Maria stond een bloemenvaasje met wat troebel water. Reyvaert aanriep Maria en dronk het smerig water op. Op slag was hij genezen en Jacob werd weer trouw katholiek.” 

    Blijkbaar heeft het niet echt geholpen, want Jacob stierf op vierendertig-jarige leeftijd. Hij overleed in 1568 en het zou nog duren tot 1687 tot de kapel van Ter Doest werd gebouwd wegens een andere reden. Bovendien is het niet geweten of Jacob effectief een protestant was. Vrienden van hem zijn na zijn overlijden wel moeten vluchten naar Nederland wegens godsdiensttroebelen. Het feit dat Jacob canoniek recht doceerde in Douai, laat de hypothese dat hij protestants was toch twijfelachtig zijn. Dus het is nogal gevaarlijks om dit te beweren, zoals de dominee van Sluis schrijft. Zijn bronnen zijn niet gekend.

    Bronnen:

    DE BAETS, P., “Over de familiale achtergrond van Jacob Reyvaert”, Rond de Poldertorens, 2003, 54-59.

    DENDOOVEN, L., “Jacob Reyvaert, jurist en humanist in de zestiende eeuw”, via VLIZ

    LE LOUP, W., “De vergeten druk van Hubertus Goltzius”, Oorkonden en Mededelingen

    MIRAEUS, A., Elogia illustrium Belgii scriptorium, Antwerpen, 1602, pag 104-106. 

    VAN DIEVOET, G., Jacob Reyvaert, in: Nationaal Biografisch Wooerdenboek, Deel III, col. 698-703

    VAN HOLLEBEKE, Lisseweghe, son église et son abbaye, 1863, pag. 229

    WILLEMS, L., Jacques Reyvaert, in: Biographie nationale de Belgique, Tome XIX, 1907, col. 238-243.

    Jacob Raewaerd, Bibliografisch woordenboek der Nederlanden, deel 16, 1874.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Jacob_Reyvaert

    https://drouot.com/fr/l/15851995-raevardus-jacobus-variorvm-siv

    https://www.portraitindex.de/dokumente/pnd/122887166

    Wil je meer weten over de geschiedenis van Lissewege?

    Grasduin in onze kennisbank (in opbouw). Wie een bijdrage wilt leveren kan altijd een mailtje sturen naar cunamo@proton.me

    Lees een thriller die zich afspeelt in Lissewege

    Zoektocht naar de heilige graal van de tempeliers, verborgen symboliek in de kerk, een seriemoordenaar die moordt volgens de 7 hoofdzonden, wat wil je nog meer? Met spotifylijst.

    Overnachten

    Als je wilt overnachten in Lissewege, kan je kijken op de pagina Overnachten, maar je kan hieronder ook direct zoeken via Trivago voor de beste deal. Vergeet niets op vakantie met de handige checklists van Checklistworld.be.


    Voor als je nog meer informatie wilt:

    >