Geschiedenis Huyze Saeftinghe
Afbeelding boven post bron: Inventaris Onroerend Erfgoed
Heb je informatie, foto's of verhalen over cafés of winkels uit Lissewege? Neem contact met Heemkundige Kring Saeftinghe
Je kan materiaal of verhalen met ons delen via Facebook, of persoonlijk bezorgen aan één van de leden van Heemkundige kring Saeftinghe of via https://tally.so/r/MeG4Wl
Facebookpagina van Heemkundige kring Saeftinghe: https://www.facebook.com/profile.php?id=61590673723312
Bistro Huyze Saeftinghe is gevestigd op het marktplein van Lissewege in een gebouw met een geschiedenis, net als de naam overigens. De vroegere naam van het marktplein was volgens een kaart uit 1724: Plaetse van Lisseweghe.
Oorsprong van het gebouw
De ingang van de bistro is een restant van een winkelpui waarvoor in 1945 een bouwvergunning werd verleend. Het gebouw staat ook wel bekend als het zogenaamde Oostenrijks Comptoir, dus een handelshuis ten tijde van het Oostenrijks bewind. Na de Vrede van Utrecht in 1713 verloor Spanje de Zuidelijke Nederlanden aan de Oostenrijkse Habsburgers die tot 1794 over het huidige België regeerden. Het was een periode van relatieve politieke stabiliteit, met hervormingen die werden doorgevoerd door keizerin Maria Theresia en keizer Jozef II in de administratie en rechtspraak. Het is overigens door Jozef II dat er binnen steden geen begraafplaatsen meer mochten zijn en dat deze buiten de stad moesten worden aangelegd. Deze begraafplaatsen werden vervangen door een calvarieberg aan een kerk ter herdenking van het oude kerkhof. In Lissewege vind je nog zoals vroeger een kerkhof rond de kerk.
Een comptoir is een woord dat verwijst naar een administratief kantoor van een overheid, een plaats waar financiën beheerd werden.
Als we kijken naar de Ferrariskaart uit 1777, dan bestond het gebouw nog niet in de huidige vorm. We zien een langwerpig gebouw, wellicht een hoeve op de plaats waar nu de bistro is. Er is ook nog een L-vormig gebouw te zien op de hoek met de huidige Willem Van Saeftinghestraat.

Op de Popp-kaart (1842-1879) uit staat er een gebouw dat enigszins zou kunnen corresponderen met het huidige gebouw van de bistro. Merk ook op dat de toegang tot het marktplein op dat moment nog veel smaller was. Het Sint-Jacobshuis als pelgrimhuis moest nog afgebroken worden.

Dit is dus een kaart uit de Habsburgse periode, dus zo moet het Oostenrijks Comptoir eruit hebben gezien.
Het zogenaamd "Oostenrijks Comptoir", handelshuis ten tijde van het Oostenrijks bewind. Op een kaart van 1724 weergegeven binnen een ommuurd perceel samen met de hoeve (2). Met L-vormige plattegrond, gelegen op de hoek van de Willem van Saeftingestraat. winkelpui van 1945Het rechtergedeelte (nummer 6), met vier traveeën, was het eigenlijke comptoirhuis. De fraaiste kamer was voorzien van beschilderd behang dat de verovering van Amerika door Columbus uitbeeldde Het ontvangstkantoor bevond zich in het bijgebouw gelegen in de Willem van Saeftingestraat.
Volgens Germain Vandepitte had Beernaert Zeghers op de plaats waar nu Saeftinghe is zijn hoeve (1).
De processieweg of Zuutomme
Rond de kerk liep de processieweg of Zuutomme, namelijk rond de kerkhofmuur langs de pastorie naar Saaftinghe, ofwel omheen het goed van de Vankerschaevers (Bistro Saeftinghe en het gebouw ernaast) naar de Roelantsbrug (waar café Sint-Amand gevestigd is). Een merkwaardigheid is dat alle percelen die ten oosten en zuiden van de kerkhofmuur lagen, eigendom waren van de aangelanden en dit tot tegen de muur. Ze hadden wel de verplichting om elk jaar passage te geven aan de jaarlijkse ommegang of processie. Dit staat ook in de lijst der wegen opgemaakt in 1822: ”Processieweg beginnende zuyd in de Salselstraate regt over den Aschope en leydende rond het kerkhof tot op de plaetse. Deze weg is eigendom van de aengelanden met reserve van te moeten passage verlenen voor de jaerlijksche processie”.
Maar rond 1831 staat Lissewege op stelten. Secretaris Franckin sluit eigenmachtig de weg af voor iedereen, ook voor de processie. Ondanks protest van de kerkraad en de pastoor. Het ergste was dat de Raad van Vlaanderen de afsluiting van de weg bekrachtigde. De gemeente had wel opdracht gekregen van de Raad van Vlaanderen om alles te onderzoeken, maar de familie Franckin waren zowel secretaris als ontvanger op de gemeente. Ze hadden nochtans zelf de wegenlijst van 1822 opgemaakt, maar op de kadastrale leggers stond er niets meer, dus dan moet je niet meer herinneren dat er zich een kerkwegel en processie weg juist naast je eigendom ligt.Het feit dat de aangelanden eigenaar waren van de wegel, was natuurlijk ook een argument om het weggetje af te sluiten zonder rekening te houden met de verplichting om een ommegang te laten passeren. Doordat alle percelen eigendom waren van de Franckins, verviel met de afsluiting van de kerkweg, ook een zeer oude weg, nl. de Zuutomme. Dit was een landweg die verbinding gaf met de processieweg en die liep van de oostkant van Saeftinghe zuidwaarts, omheen een duiventoren die op het goed Vankerschaever stond naar de Roelantsbrug. Het herengoed Vankersschaever, voordien dus Franckin, was een verzameling van afzonderlijke perceeltjes gelegen achter Saeftinghe, waarop er nu huizen zijn gebouwd. In deze Zuutomme stond er wel een huis 't Schaak6.
Hoelang de processieweg afgesloten is geweest, is me onbekend, maar op de Atlas Der Buurtwegen uit de periode 1843-1845 staat de weg naast het kerkhof niet als een buurtweg aangegeven, wel de weg achter de kerk (chemin nr 35). Je ziet ook duidelijk de nog onbebouwde percelen achter de hoeve Van Kersschaever (nu Saeftinghe)

Atlas der Buurtwegen (1843 - 1845) via https://www.vlaanderen.be/datavindplaats/catalogus/atlas-der-buurtwegen
Hoe dan ook ruzies, akkefietjes, woordenwisseling hoorden bij een oud dorp, zeker in de tijd waarin de strijd tussen de katholieken en de liberalen zeer hevig was. Soms keert ook dat terug, al gaat het tegenwoordig (eenmalig) over standplaatsen tijdens de markt op maandagvoormiddag.
Valerius de Saedeleer toont de binnenkant van het gebouw
Johan Ballegeer vermeldt in Rond de Poldertorens nog een leuk weetje over kunstschilder Valerius de Saedeleer en het gebouw juist naast Huyze Saeftinghe (7). Daar woonde Constant Van Kersschaever, landbouwer, gemeenteraadslid en liberaal. Hij was ook de huisbaas van Valerius de Saedeleer. De schilder zou het schilderij De meid van de familie of De klokhen tussen 1895 en 1898 geschilderd hebben als vergoeding toen hij zijn huur niet kon betalen aan Van Kersschaever. Dit is het vijfde schilderij uit de Lisseweegse periode van Valerius de Saedeleer.

De meid van de familie van Valerius de Saedeleer - Bron: https://www.mutualart.com/Artwork/The-family-s-maid/2B94127EAF7E34C9
Het schilderij zou gemaakt geweest zijn in het huis op de hoek van de markt en de Willem Van Saeftinghestraat, dus het gebouw naar Bistro Huyze Saeftinge. Dat gebouw is niet enkel gekend als deel van het Oostenrijks comptoir, maar ook als het 'huis van Marietje Van Kersschaever'. Dat was één van de twee ongetrouwde dochters van Constant, die overigens na hun overlijden het gebouw schonken aan de kerkfabriek, samen met o.a. de gronden van het speelplein. Hun graven kan je nog zien op het kerkhof, maar dat is voor een ander artikel. Door het schilderij van de Saedelaar krijgen we wel een uniek zicht van hoe een woning en dus de 'meid' van familie Van Kersschaever in Lissewege eruit zag op het einde negentiende eeuw. Wel een beetje merkwaardig dat je een meid laat schilderen door een kunstschilder en niet je eigen familie ofwel had je het niet hoog op met die kunstschilder.
Lissewegenaar Filibert Styns beschrijft het schilderij, dat ook De Klokhen wordt genoemd, als volgt in een artikel in Rond de poldertorens (5):"Dit haastig geborsteld schilderij is qua onderwerp en weergave vrij uniek: geen landschap, én qua uitbeelding geen vage gestalte. De meid, bruin haar en blauwe ogen, zit aan het venster, met de linkerhelft van haar lichaam op de vensterbank. Haar rechtervoet steunt op de grond, de linkervoet hangt los langs de muur. Ze is een stukje aan het breien (breinaalden en breiwol zichtbaar) en ze kijkt naar buiten. Boven haar donkere rok draagt ze een lange blauwe voorschoot met hoogaansluitende rode bloes. Het haar is vanachter opgestoken in een dolletje. Ze draagt zwarte kousen in kloefjes en heeft zeer kleine voeten. Op de zijmuur, achter haar hoofd, in een kader, is er waarschijnlijk de afbeelding van een gekruisigde Christus en verder naar achteren hangt een sleutel (die van de hoekkast?) aan een spijker aan de muur.Achter haar zien we op halve hoogte een blauwe hoekkast, een bruine kruik, vier sierborden, en een beeld van Maria onder een stolp. De vloer bestaat uit rode tegeltjes met een paar blauwe motiefjes."
Willem van Saeftinghe
Café Saeftinghe is natuurlijk vernoemd naar Willem Van Saeftinghe (3), de lekenbroeder van Ter Doest die volgens de legendes tijdens de Guldensporenslag de genadeslag zou toegebracht hebben aan het paard van Robert van Artois, één van de aanvoerders van het Franse leger. In 1308 vermoordde hij echter de keldermeester van de abdij van Ter Doest en verwondde de abt, Willem vande Cordewaeghen, waarna hij de kerktoren van Lissewege opvluchtte. Hij zou ontzet zijn geweest door familieleden van Breydel en de Coninck, waarop hij nadat er een banvloek over hem was uitgesproken, naar de paus trok om vergiffenis te vragen. Op 19 november 1309 werden zijn misdaden vergeven en kreeg hij absolutie van paus Clemens V, maar hij werd verplicht in te treden bij de hospitaalridders en werd op kruistocht gestuurd. Hij zou gesneuveld zijn bij het beleg van Rhodos. Daarna loopt zijn spoor dood.

Willem van Saeftinghe, lekenbroeder (1879) - Jan Beers Bron: Willem van Saeftinghe, Lay Brother of Ter Doest Abbey - Artvee
Het verhaal van Willem van Saeftinghe is echter meer genuanceerd dat wat hierboven staat, daarover meer in een later artikel op deze website.
Weinigen weten echter dat Willem, volgens Brugs historicus Bernard Schotte, ook een ex-tempelier zou geweest zijn omdat hij zo vermeld staat in een stadsrekening van Brugge van rond 1300. Er hangt hier echter een mysterieus verhaal aan vast, waarover later meer in een volgend artikel. Johan Ballegeer schrijft er het volgende over: "Hij was een lekenbroeder (geen monnik!) uit de cisterciënzerabdij van ter Doest en dus hoogstwaarschijnlijk een ‘zwarte’ tempelier. Tempeliers, compagnons en cisterciënzers waren drie handen op een buik." (4) Ik had nog niet gehoord van zwarte tempeliers, ondanks het feit dat ik enkele boeken over de tempeliers heb gelezen, dus als er iemand mij kan zeggen wat hij hiermee zou bedoeld hebben, mag je het mij altijd laten weten. Met 'compagnons' bedoelde hij de vereniging van de kerkbouwers die rondtrok van kerk naar kerk om ze te bouwen. Over het verband tussen de cisterciënzers en de tempeliers zal ik later ook nog wel eens een artikeltje neerpennen.
Je kan een beeld van Willem Van Saeftinghe van Jef Claerhout uit 1988 bewonderen op de markt van Lissewege naast Huyze Saeftinghe.

Het standbeeld van Willem van Saeftinghe in Lissewege - Bron: Jef Claerhout - Willem van Saeftinghe
De kunstenaar heeft wel een grote fout gemaakt. De goedendag die Willem vast heeft en die op de grond ligt, is geen goedendag. Een echte goedendag uit de tijd van de Guldensporenslag ziet er als volgt uit:

Bron: Vestingsmuseum Maastricht - Goedendag

Resten van goedendag uit de Guldensporenslag in 1302 Museum te Kortrijk - Bron: Goedendag - Wikipedia
Ach, misschien heeft Jef Claerhout onbewust het oeroude idee toegepast dat vaak wordt gebruikt door kunstenaars: je moet fouten maken, want enkel God is perfect.
Naast de fouten in de kerk van Lissewege, kunnen er nog wel enkele fouten op het marktplein erbij.
Bronnen:
(1) Vandepitte, G., "De dorpskom van Lissewege en de omgeving", Rond de Poldertorens, 1970, nr 1, 6-26, via
(2) Onroerend Erfgoed,
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/79786
(3)
https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/van-saeftinge-willem; https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Saeftinghe
(4) Ballegeer, J., "Wandeling door het rustieke Lissewege", Rond de Poldertorens, 2000, nr 3, 84-92, via
(5) Styns, F., "Valerius de Saedeleer (1867-1941) in onze streek", Rond de Poldertorens, 2011, nr. 4, 119-132, via
(6) Vandepitte, G., "De dorpskom van Lissewege en de omgeving', Rond de Poldertorens, 1970, nr. 1, 16-26, via
(7) Ballegeer, J., "Wandeling door het rustieke Lissewege', Rond de Poldertorens, nr. 3, 84-92 via

