
Den Ouden Toren, een naam die klinkt als een klok. Dus was mijn nieuwsgierigheid gewekt wat de geschiedenis zou zijn van dit café. Het Café op de hoek als je het dorp van Lissewege binnenrijdt, trekt in de zomer direct de aandacht door het terras. De witte muur blinkt meestal in de zon waardoor zonnekloppers worden aangetrokken. Wie in de namiddag liever de schaduw prefereert zal eerder plaatsnemen op het terras van de overkant: het Sint-Jacobshuis (zie dit artikel over de geschiedenis van het Sint-Jacobshuis). Voor elk wat wils in het witte dorp. Je vindt er hoe dan ook je gading.
Café Den Ouden Toren, vroeger ook wel 'het Volkshuis' genoemd, was een 'hofstede' of boerderij van de kerk van Lissewege die verpacht werd aan de kosters. De oude naam was dan ook 'De Costerie'. De Lisseweegse jeugd ging er naar school tot 1823. Het gebouw was vroeger een herberg met de naam 'Den Breeden Steegher' [^21] De getallen in dit artikel na een zin, verwijzen naar de voetnoten onderaan voor wie meer wilt lezen. Er was nog een oudere variant van de naam die Johan Ballegeer teruggevonden heeft, namelijk 'Den Yseren Steghel'.
We moeten dan ook niet verwonderd zijn dat de huidige cafébazen een achternaam dragen die ook verwijst naar een metaalsoort, Stael of ijzer, het blijft metaal. Soort zoekt soort zullen we maar zeggen :-). Je kan moeilijk anders als je café ooit een naam had die verwees naar ijzer. 'Steghele' betekent stoep of verhoging om ergens over te stappen, kaai, laag muurtje[^1].

Beeld centrum Lissewege op de Ferrariskaart uit 1777 - merk op dat het Sint-Jacobshuis dan veel dichter bij het huidige café Den Ouden Toren staat. In de negentiende eeuw is de toegang tot het marktplein verbreed.
Het merkwaardige is dat er een gelijkaardig woord bestaat dat te maken kan hebben met activiteiten die vroeger soms plaatsvonden in een herberg of café, namelijk steggelen of stechelen. Soms ook stekkelen. Dit woord verwijst naar ruziemaken, elkaar steken onder water geven, kibbelen, spieken of valsspelen tijdens het kaarten. Of nog: babbelen, klappen, lellebellen[^3]. Het woord komt voor vanaf de periode 1865-1870[^4], maar de naam Den Yseren Steghel komt al voor in de vijftiende eeuw in geschriften van de armendis van Lissewege. In de Kempen heeft het woord een deels een andere betekenis, namelijk wrokken, dwars zijn of mokken[^2]. Guido Gezelle schreef ooit: 't' Is altijd beggelen en steggelen: dat en zwijgt nooit!' in 1907 in Loquela, een tijdschriftje over taal[^5]. Over wie hij het heeft, daarover heeft hij geen uitleg. Begellen betekent beteugelen, verhinderen, belemmeren. Hiermee wil ik niets zeggen over de huidige aard van de Lisseweegse bewoners of bezoekers van Den Ouden Toren, maar misschien was er in de middeleeuwen wel een reden voor om ook over steggelen te spreken.

LISSEWEGE " Grand'Place "
De paarden en Sint-Eligius
'Den Yseren Stegel' kan echter nog naar iets anders verwijzen. In het West-Vlaams idioticon[^8] van De Bo uit 1870-1874[^6] is een stegelijzer een stijgbeugel waarin de voet steunt als men 'te peerde' zit, dus op zijn paard zit. Stegelreep verwijst dan weer naar de riem van de stijgbeugel. Aan de kerkhofmuur aan de kant van het marktplein kan je nog altijd ijzeren ringen zien waaraan de bewoners hun paarden vastbonden als ze naar de kerk gingen. Dus dan is een herberg met een naam die verwijst naar een stijgbeugel gewoon een teken dat dit een bijkomende halte is voor of na de H. Mis. Omdat er ooit kosters woonden op die locatie, is ook dit weer een gelukkig toeval.
Overigens was Sint-Eligius van Noyon (Limoges, 590- Noyon, 666), ook wel gekend als Sint-Elooi, een patroonheilige van Lissewege. Je kan zijn beeltenis bewonderen op een glasraam in de koor van de kerk.

Glasraam Sint-Eligius in de kerk van Lissewege gemaakt rond 1947 - 1955 in Atelier Crickx. Merk ook de fout op in het glasraam: het wapenschild van Ter Doest is zwart-wit en niet blauw-wit - Bron: Erfgoeddatabank Brugge
Sint-Eligius was de patroonheilige van ambachtslieden die met een hamer werken zoals de smeden, timmerlui, munters en muntenverzamelaars, horlogemakers, blikslagers, klokken- en slotenmakers, messenmakers en metaalbewerkers, mechaniciens en elektriciens, koetsiers, wagenmakers en zadelmakers, paardenhandelaren, landbouwers en vrachtrijders, bewakingspersoneel. Hij is de beschermheilige van paarden en zijn hulp wordt ingeroepen tegen dierenziekten, epidemieën (jammer dat ik dit niet wist tijdens corona), steenpuisten en -zweren, zenuwziektes en zweren. Zijn feestdag is op 1 december en 24 juni. Ook als je geldgebrek hebt, kan je zijn hulp vragen. Hij is vaak in het gezelschap van bedelaars afgebeeld aan wie hij brood of kleren geeft. Misschien is het daarom dat hij in Lissewege werd vereerd? In een klein dorp waren er immers ook bewoners die een beetje hulp konden gebruiken, dat bewijst de rekening van de armendis.
Maar je ziet hem ook met een aambeeld, kelk, een gekroonde hamer, zoals op het glasraam in de kerk van Lissewege, tang, spijkers en ketenen, hoefijzer, paardenvoet of een beer. Het was een opvallende heilige: hij was een hoefsmid en ontving een hoeveelheid goud van Merovingische koning Dagobert I (https://nl.wikipedia.org/wiki/Dagobert_I) om er een troon van te maken. Hij maakte echter twee tronen voor de koning zodat hij nog goud over had. Wat er daarmee gebeurd is, is mij onduidelijk. Hij was ook de muntmeester en raadsman van de koning [^13]. Wie weet zit er ergens nog een pot goud van Dagobert I in de grond van Lissewege? En wordt hij daarom vereerd in ons kleine witte dorp?

Reliekschrijn Sint-Eligius Kerk Onze Lieve Vrouw Bezoeking Lissewege vervaardigd in barokke periode 1700 - 1796 - Bron: Erfgoeddatabank Brugge
Er bestaat nog een oud Frans 'kinderliedje' dat verwijst naar de band tussen Dagobert I en Sint-Eligius: le Bon Roi Dagobert. De tekst van het liedje kan je hier lezen: https://en.wikipedia.org/wiki/Le_Bon_Roi_Dagobert_(song). Het liedje dateert uit 1787 en was gericht tegen de Katholieke Kerk die banden onderhield met de Franse Koning Lodewijk XVI als symbool van het Ancien Regime. Lodewijk XVI verloor later zijn hoofd op de guillotine. Het liedje werd dus gezongen tijdens de Franse Revolutie, werd daarna een tijdje verbannen, maar werd later een kinderliedje. Of waarom teksten van kinderliedjes niet altijd onschuldig zijn.
De geschiedenis en de verbondenheid van het dorp Lissewege via Sint-Eligius met paarden of ezels, want die zijn er veel in het dorp (ik bedoel de dieren), wordt dus tastbaar door de vroegere naam van café Den Ouden Toren.
Twee opvallende huisnummers
Op pag. 1089 verwijst De Bo ook naar stechel, stichel, stiggel als een steenen muur langs een water of aan beide kanten van eene steenen brug. Dit is hier waarschijnlijk niet het geval want de bruggen in Lissewege liggen allemaal een beetje verder van het marktplein. Maar met enige fantasie kun je de beide cafés Jacobshuis en Den Ouden Toren als zijkanten beschouwen van de straat die je over moet om het marktplein op te rijden. Een soort 'brug' die je moet oversteken om het 'heiligdom' van het dorp te bereiken. De straat als figuurlijke brug die de overgang maakt van de het seculiere naar het religieuze. Een merkwaardig toeval is overigens dat Jacobshuis huisnummer 13 heeft en Den Ouden Toren huisnummer 14.

Beeld van de markt van Lissewege op de Popp-kaart (1842-1879). Tel ook eens het cijfer van de kerk op 832 = 8+3+2=13, het getal dat meerdere keren voorkomt in de bouw van de kerk.
Je komt Lissewege dus binnen tussen twee getallen die verwijzen naar de kerk. Dertien naar de lengte van de kerktoren en de lengte van de kerk in Brugse roedes en veertien naar het aantal poortjes, deuren in de volledige toren, waarbij wel moet opgemerkt worden dat een restauratie in de negentiende eeuw de oorspronkelijek getallensymboliek van de kerk heeft vernield, doordat ze twee toegangsdeuren hebben geplaatst om de ene toegangspoort te vervangen. Zo werden dertien luiken of poorten in de kerktoren veranderd in veertien. Dat stemt dan wel weer overeen met de veertien staties of schilderijen over de kruisiging van Jezus die je in elke kerk kan zien.
De steen naast de kerk
Maar de woorden stechel, stichel, stiggel hebben nog een andere interessante betekenis: 'een steenen blok nevens de ingang van de kerk of daaromtrent, waarop men gewoon is de ordonnantien van den gemeenteraad, de plakbrieven van de notarissen, enz... af te kondigen voor het volk, na de Hoogmis; ook Kerksteen. De veldwachter stond op den stiggel iets af te lezen nopens de jacht.[^7]'. Dit verraadt meer over de functie van de vroegere herberg, want ik herinner me uit mijn jeugd nog dat er soms notariële verkopen plaatsvonden in Den Ouden Toren.
De naam 'Den Yseren Stegel' of 'Den Breeden Steegher' vertelde dan niet enkel dat je een stapje omhoog moest doen of een drempel over moest om binnen te gaan, maar ook dat er soms officiële mededelingen te rapen vielen in het vroegere kostershuis.

Boeren maken plezier buiten herberg De Zwaan (ca. 1630) - Pieter Brueghel de Jongere - Bron: Wikimedia
Wie er ooit gewoond heeft en waar de oude namen te vinden zijn, is opgezocht door Germain Vandepitte en kan je hieronder lezen:
"a) Breeden stegher: - De Flou: Sem. Brugge, arch. ter Doest nr 111 f° 119 r°, 1567: … es dherberghe den breeden steegher. - RaB, Aanw. Sanders nr 123, Ommeloper (kopie 17e eeuw): ... een huus genaemt den Breeden Steghere.
b) Den Yseren Steghel: - SaB, nr 521, Renteboek Armendis Lissewege 1405-1447.
- 1405 blz. 13: Boudin f. Boudin Stasins ... Vid. Jacob Van Wulfsberghe, Heer Joris Deman (handschrift 1447?) - In de marge later bijgeschreven: (schrift 19e eeuw?) Breeden steger compt aen Jacob Haemers causa ux. Isabella Misselijn.
- 1447: Cornelius f. Jans Deynouds, Dheere Joris Deman ... beset staende op een huus ende upte hofstede ligghende binnen dorpe van Lisse ande noords(ide) vanden kerckhove an den houc vander cruusstrate, anden yseren stegel, tusschen kerchof ande zuuts(ide) ende de strate ande noords(ide) ende ande wests(ide)."
Vertaald wil deze laatste tekst zeggen: "Een perceel grond met een huis en een hofstede, gelegen binnen het dorp Lisse aan de noordzijde van het kerkhof, op de hoek van de Kruisstraat en de IJzeren Steeg, tussen het kerkhof aan de zuidzijde en de straat aan de noord- en westzijde."
Opvallend dat het dorp toen gewoon de naam Lisse had. De Kruisstraat en de Ijzeren Steeg waren in de vijftiende eeuw straatnamen in het dorp. Het is dan ook mogelijk dat de herberg gewoon de naam van de straat kreeg.
De abdij uit Sint-Omer komt terug
Maar laten we nog eens de gevel van café Den Ouden Toren bekijken. Ik zeg altijd dat dingen altijd terugkeren of blijven 'plakken' in een dorp, zelfs al beseffen we het niet. We zien er reclame voor het biermerk Omer.

Niets speciaal zou je denken, maar wist je dat het patronaatsrecht van de kerk van Lissewege geschonken was aan de Sint-Bertinabdij van Saint-Omer of Sint-Omaars? In 1199 wordt dit door de bisschop van Doornik bevestigd[^9]. Dit betekent dat de abdij het tienderecht bezat of dus de opbrengst van de kerkelijke belastingen, de tienden kreeg, maar ook zorgde voor het onderhoud van de kerk en de priesters aanduidde en in hun onderhoud voorzag. Het gaat om volgende tekst:1119: 'Épître par laquelle Lambert, évêque des Noyonnais et des Tournaisiens, concède à l'abbé Lambert et à ses successeurs et à l'église de Saint-Bertin les autels de Lissewcge, de Svelguekerke , d'Ermingehem et de Bovekerke, sans préjudice de l'obéissance que les prêtres de ces églises doivent à l'évêque de Tournai. — Actum apud Roslaram, anno incarnationis Dominice mille simo centesimo decimo nono , indictione duodecima.' [^10]
Vertaald is dit: "Brief waarin Lambert, bisschop van Noyon en Doornik, verleent aan abt Lambert, zijn opvolgers en de kerk van Sint-Bertinus de altaren van Lissewege, Svelguekerke, Ermingehem en Bovekerke, zonder afbreuk te doen aan de gehoorzaamheid die de priesters van deze kerken aan de bisschop van Doornik verschuldigd zijn. — Opgesteld te Roeselare, in het jaar van de menswording van de Heer 1119, in de twaalfde indictie."
Het is alsof in het dorp onzichtbaar toch nog stempels uit het verleden geplaatst zijn, al is het maar een herinnering aan de locatie waar ooit een abdij was die alles te zeggen had over de kerk die herhaald wordt in de vorm van bier op de gevels van het marktplein.
Duvel en drankverbruik
Ik vraag me wel af wat de vroegere bewoner, de koster zou denken van het uithangbord met reclame voor het bier met de duivelse naam Duvel met de slogan "tastes like heaven, brewed on earth". Het is me niet duidelijk of deze slogan op het bier slaat of gewoon op het dorp Lissewege? Zelfs het duivelshoofdje van de Baphomet in de kerk wordt blijkbaar ook buiten de kerk vertegenwoordigd op het marktplein.

Den Ouden Toren met een bord van het bier Duvel
Maar dan in het huis van de koster. Nu misschien past deze naam wel degelijk bij een café. Als je nu dacht dat je alles wel gezien had, dan viel mij deze zomer ook de bloembakken met reclame voor het bier Cornet op.

Het terras van Den Ouden Toren
Een bier van brouwerij Den Hoorn. En alhoewel de naam Cornet verwijst naar een voorouder van de brouwers, dan nog doet het denken aan het Franse woord cornu of hoorn. Het is echter pas vanaf de elfde eeuw dat de duivel wordt afgebeeld met hoorns. Daarvoor werd hij eerder als een gevallen engel beschouwd, een opstandige, hoogmoedige engel. Vanaf de dertiende eeuw werd er aandacht geschonken aan de figuur van de duivel. In 1326 veroordeelde paus Johannes XXII in de bul Super illius specula offers aan demonen en duivelverering. Daders werden gelijkgesteld aan heidenen, ondervraagd door de inquisitie en konden op de brandstapel eindigen[^11].
Gelukkig leven we niet meer in die tijd, want het woord Duvel met de vermelding van een hoorn op het markplein van het dorp zou zeker problemen veroorzaken. Herbergen werden in vroegere tijden vaak beschouwd als een oord van verderf of van 'duivels vermaak' waar je in zonde kon vervallen.
Dat beeld komt natuurlijk ook door de feesten van Bachus, de Romeinse god van de drank, die vaak afgebeeld wordt met de god Pan, die op bokkenpoten loopt en een soort hoorns heeft. Het zou me te ver leiden om heel de ontstaansgeschiedenis van de gelijkstelling van oude goden met de duivel uit de doeken te doen, dus hou ik het bij de afbeelding van een schilderij.

Het feest van Bacchus (1640) - Jan Brueghel De Jongere en Jan van Balen - Bron: Wikimedia
In de negentiende eeuw gingen drankzucht en herbergbezoek vaak hand in hand. Een deel van de verklaring is het feit dat een groot deel van de bevolking leefde in slechte woonomstandigheden en omdat er geen alternatieve ontspanningsmogelijkheden voorhanden waren. Het café was dan het enige toevluchtsoord. Waar men al dan niet een volksspel kon spelen (bezoek ook mijn website volksspelenhuren.be als je zelf eens een volksspel wilt hurenLissewege).
Wat ook een rol speelde was vaak de slechte kwaliteit van het drinkwater. Het was dan veiliger om bier te drinken zodat je niet ziek werd[^15]. Lissewege had een aantal waterpompen, waarover ook al het een en het ander te vertellen valt, maar dat is voor een ander artikel. Ach wat, Cornet verwijst natuurlijk ook naar de cornea of het hoornvlies in ons oog. Wie op het terras zit van café Den Ouden Toren kan goed rondkijken, want er is veel te zien in Lissewege. Je moet alleen opletten dat je niet te veel in het hoekje (the corner) zit.
Of wie weet verwijst Cornet misschien zelfs naar cornucopia, de hoorn des [^14] overvloeds, die overvloed en fortuin schenkt aan wie ze bezit. Ik vraag me of het daarom is dat de hoorn des overvloeds ook afgebeeld is op het orgel van Lissewege? Het zijn dan misschien geen arme mensen in Lissewege, maar bewoners die de beruchte pot goud gevonden hebben.
De tempeliers duiken terug op
Het bier Cornet wordt afgebeeld met de helm van een ridder. Het gaat om Salomon van Maldegem die op het bier prijkt[^12]. Hij was heer van Maldeghem. Hij was een kastelein, dat is een plaatsvervanger voor de graaf van Vlaanderen -niet de naam van een barhouder- en kasteelheer. Een ridder die meevocht tijdens de Eerste Kruistocht in 1096 samen met Robrecht van Vlaanderen. Hij sneuvelde echter voor hij Constantinopel bereikte. Zijn zoon Robert van Maldeghem nam deel aan de Slag bij Grimbergen (1147) en zijn kleinzoon Hugues nam deel aan de Vierde Kruistocht onder graaf Boudewijn IX. Zijn standbeeld siert de fontein op de markt van Maldegem.

Standbeeld van Salomon van Maldegem op het marktplein van Maldegem - Bron: Salomonvanmaldegem.blogspot.com
In 1099 veroverden de kruisvaarders Jeruzalem. Er bestaan ondertussen talloze verhalen die beweren dat er negen ridders waren die in Jeruzalem gegraven hebben in de tempel van Salomon op zoek naar een 'schat' in de periode 1119-1127. Ze zouden die gevonden hebben, teruggekeerd naar het Westen waardoor de Orde van de Tempeliers officieel werd erkend tijdens het Concilie van Troyes dat op 13 januari 1129 startte.
Dit zijn natuurlijk grotendeels legendes, maar dit maakt wel dat er nog altijd geschreven wordt over en gezocht wordt naar de 'schat' van de tempeliers. De schat zou achtereenvolgens het volgende zijn: een geheim van Salomon, een levenselixir, de Heilige Graal, de Ark des Verbonds met de stenen tafelen van Mozes, de Heilige Lans, de doornenkroon, het hoofd van Johannes de Doper, enzovoort.... Genoeg speculaties.
Hoe dan ook bij café Den Ouden Toren duikt er opnieuw het beeld van een ridder op. Salomon van Maldeghem was dan wel geen tempelier, maar het beeld van een middeleeuwse ridder op kruisvaart naar Jeruzalem doet als symbool denken aan een tempelier. De tempeliers die volgens mij de bouw van de kerk van Lissewege financierden (zie dit artikel). Onzichtbare labels blijven aan ons dorp Lissewege hangen.
Het wapenschild van Omer en van Lissewege
Laten we tot slot nog eens het logo van het bier Omer[^19] bekijken. Je ziet een wapenschild met een rode driehoek gericht naar boven. Dit is dezelfde vorm als we terugvinden op het wapenschild van Lissewege[^18], dat overigens het wapenschild van Knokke-Heist geïnspireerd heeft, omdat Knokke en Heist tot ongeveer 1249 behoorden tot de parochie Lissewege[^20]. De parochies zijn dus afgesplitst halverwege de bouw van de kerk. Het wapenschild van Knokke verschilt in die zin dat er een duindistel onderaan opstaat, terwijl Lissewege een lisplant met negen bladeren op zijn wapenschild heeft. In de rode band van de driehoek staan er drie schelpen. De schelpen van Sint-Jacob die symbool zijn voor de pelgrimsweg naar Compostella die werd bewaakt door ridders van de Orde van de Tempeliers.
Zo wordt onrechtstreeks nog eens de band benadrukt tussen de verdwenen abdij Sint-Bertin van Sint-Omer[^16], Sint-Omaars, waar ooit de resten van de laatste Merovingische koning Childerik III en enkele graven van Vlaanderen waren begraven: Boudewijn I van Vlaanderen, Boudewijn III van Vlaanderen, Arnulf III van Vlaanderen; Boudewijn IV Hapkin en Willem Clito[^17]. Lodewijk II van Male overleed in de abdij in 1384. De abdij had ook een refugehuis in Brugge, Noordzandstraat 63 om te betrekken in onrustige tijden. Geen onbelangrijke abdij die veel beslissingsmacht had in het kleine Lissewege.
Wie de sfeer van een dorp wilt opsnuiven waar de geschiedenis deels verdwenen is, maar ook onzichtbaar levend blijft, kan altijd kiezen om eens langs te komen en op het marktplein een biertje te drinken, een Duvel, Cornet, een Omer of een ander bier en waarom niet op bij café Den Ouden Toren?
Zie ook de andere horeca in het dorp. Of weet je wat, doe ze gewoon allemaal eens aan.
Voetnoten:
[^2]: https://taalfluisteraar.be/2020/04/28/stechelen-en-steggelen/
[^3]: https://www.ensie.nl/woordenboek-van-populair-taalgebruik/steggelen
[^4]: Van der Sijs, N., Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van woorden en betekenissen, Veen, 2002 via https://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/sijs002chro01_01_0031.php?q=steggelen#hl1
[^5]: Gezelle, G., Loquela, 1907, 465, via https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMSFKB02%3A000035161%3A00474&objectsearch=steggelen
[^6]: De Bo, L., West-Vlaams idioticon, 1870-1874, 1094 via https://www.dbnl.org/tekst/bo__001west01_01/colofon.php
[^7]: De Bo, L., West-Vlaams idioticon, 1870-1874, 1089-1090 via https://www.dbnl.org/tekst/bo__001west01_01/colofon.php [^8]: Een idioticon verwijst niet naar een idioot, wat Bruggelingen misschien snel zouden denken omdat zij nu eenmaal Brugse zotten zijn, maar naar het Griekse idiōtikós, wat "eigen, bijzonder, individueel" betekent. Het is de naam van een woordenboek over streekgebonden taal, een dialect, soms verouderde taal waarin vaak ook de herkomst wordt uitgelegd.
[^9]: Ballegeer, J. en De Keyser, R., ''De tienden te Lissewege", Rond de Poldertorens, 1959, nr. 2, 6-9 via https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/116855-de-tienden-te-lissewege-1959-02; Aernoudt, D., "De kerk van Lissewege: voorgeschiedenis tot ca. 1200", Rond de Poldertorens, 2013, nr. 2, 47-63, via https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/119544-de-kerk-van-lissewege-voorgeschiedenis-tot-ca-1200; https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas/14660
[^10]: Wauters, A., Table chronologiquedes chartres et diplômes imprimés concernant l'histoire de la Belgique, Vol II (1101-1190), Académie Royale de Belgique, 1868, 102.
[^11]: "Hoe de duivel de middeleeuwse samenleving in zijn greep hield"(https://www.nationalgeographic.nl/geschiedenis-archeologie/a62779567/duivel-in-de-middeleeuwen)
[^12]: "Salomon Van Maldegem: Salomon Van Maldegem en bier"(https://salomonvanmaldegem.blogspot.com/2017/12/de-maldegemse-markt-wordt-gesierd-door.html?m=1); Salomon de Maldeghem, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk, A.J. van der Aa - DBNL](https://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog14_01/aa__001biog14_01_0236.php); graven van Maldeghem | Kasteel Diepensteyn (https://www.kasteeldiepensteyn.be/graven)
[^13]: Claes, J., Claes, A. en Vincke, K., Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen, Davidsfonds, 2002, 13; [Eligius van Noyon](https://www.heiligen.net/heiligen/12/01/12-01-0660-eligius.php)
[^14]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hoorn_des_overvloeds
[^15]: Delos, F., (1990) “Alcoholisme in de tweede helft van de 19e eeuw. Het jeneververbruik in de Brugse herbergen.”, Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis, 127(1-2). doi: [https://doi.org/10.21825/hvgg.v127i1-2.4539](https://doi.org/10.21825/hvgg.v127i1-2.4539)
[^16]: Er zijn nog enkele restanten te bewonderen, https://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_van_Sint-Bertinus
[^17]: Viaene, A., "Abdijen en kapittelkerken als laatste rustplaats van de Graven van Vlaanderen 879-1455", Biekorf, 1973, nr. 1, 5-38, via https://www.dbnl.org/tekst/_bie001197301_01/_bie001197301_01_0001.php#1; https://www.lesfaiseursdebateaux.fr/nl/ru%C3%AFne-van-de-sint-bertijnse-abdij/
[^18]: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lissewege
[^19]: https://omer.be/5-generaties
[^20]: Lannoy, D., "Het wapenschild - historiek", Cnocke is Hier, 1983, nr. 20, 40-50 via https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/117628-het-wapenschild-historiek-1983-20
[^21]: Vandepitte, G., "De dorpskom van Lissewege en omgeving", Rond de poldertorens, 1970, nr 1, 16-26, via https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/117147-de-dorpskom-van-lissewege-en-de-omgeving-1970-01
[^22]: Vandepitte, G., "Toponiemen te Lissewege", Rond de poldertorens, 1988, nr 4, 177-183 via https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/119209-toponiemen-te-lissewege-1988-04
Bronnen:
[Hoe de duivel de middeleeuwse samenleving in zijn greep hield](https://www.nationalgeographic.nl/geschiedenis-archeologie/a62779567/duivel-in-de-middeleeuwen)[het wapenschild - Historiek](https://heykenniscentrum.be/geschiedenis/heemkundige-teksten/117628-het-wapenschild-historiek-1983-20)[Lissewege - Wikipedia] (https://nl.wikipedia.org/wiki/Lissewege)




