april 16

De ondergang van de abdij van Ter Doest: zal de laatste abt van Ter Doest terugkeren naar Lissewege?

De ondergang van de abdij van Ter Doest: zal de laatste abt terugkeren naar Lissewege?

Sinds de abdij van Ter Doest ontdekt werd in de weides van Lissewege (zie dit blogartikel en ook dit blogartikel over de bouw van Ter Doest), vraag ik me af of de laatste abt van Ter Doest, Vincent Doens, nu kan terugkeren naar Lissewege? Je vraagt je nu misschien af waarom?

Ooit woonde ik in de Vincent Doensstraat, maar dat is niet de reden: ik heb ooit het bisdom Brugge bezocht en het schilderij gezien met Vincent Doens. Dat hing in de eetkamer van de bisschop. Als een aandenken, maar wie het verhaal van Vincent Doens kent, weet dat hij zich wellicht omdraait in zijn graf dat zijn schilderij juist op die plaats hangt. Als een soort trofee. Ik hoop dan ook dat met de ontdekking van de abdij van Ter Doest er ooit een museum op de site van Ter Doest komt (de provincie en stad Brugge kennende, heb ik er alle vertrouwen in dat dit ooit zal gebeuren) en dat in dit museum het echte schilderij van Vincent Doens terug zijn plaats zou vinden. Dat hij terugkeert naar de abdij waar hij zo voor gevochten heeft als laatste abt. Wie het verhaal van de laatste abt van Ter Doest leest, zal wellicht ook wel van mening zijn dat de plaats waar zijn schilderij thuishoort in Lissewege is en niet op de plaats die één van de oorzaken is van zijn ondergang (en die van de abdij van Ter Doest).

Maar eerst moet ik nog een beetje uitleg geven over de werking van de abdij van Ter Doest.

De landerijen van Ter Doest 

In de zestiende eeuw exploiteerde de abdij van Ter Doest, net als in de vorige eeuwen een aantal landerijen en boerderijen. Je kan het vergelijken met een groot landbouwbedrijf. De gronden bevonden zich zelfs tot in het huidige Nederland, bijvoorbeeld de domeinen van Pilsbroek bij Aardenburg, Graauw bij Hulst, Monsterhoek((nu Monnikendijke) en Krabbendijke op Zuid-Beveland en tal van andere hoeven werden rechtstreeks door de monniken, met de hulp van lekenbroeders en later van vrije werkkrachten, uitgebaat en waren telkens zelfstandige centra. Via deze centra werden de gronden ontgonnen en vruchten geoogst. Deze centra stonden onder leiding van een monnik. Zo was Vincent Doens, voor hij abt werd, de bestuurder en ontvanger van de uitgestrekte goederen van de abdij van Ter Doest in Zuid-Beveland en was hij tegelijkertijd pastoor in Krabbendijke. Deze kerk was eigendom van Ter Doest en de meeste pastoors waren dan ook geestelijken uit Ter Doest. 

Krabbendijke

De kerk van Krabbendijke - bron: Encyclopedie van Zeeland

Wie was Vincent Doens, de laatste abt van Ter Doest?

Hij werd geboren in Sint-Laureins bij Aardenburg rond 1500 en stierf in 1569 in Lisseweghe. Van de exacte sterfdatum heb ik twee data gevonden: 30 maart 1569 of 29 april 1569.

Er bestaat dus één schilderij waarop Vincent Doens is afgebeeld dat in het Bisdom Brugge hangt. Toen ik de archivaris van het Bisdom vroeg of het mogelijk was een foto van dit schilderij te krijgen, lukte het haar niet om hem te fotograferen. Toen ik op het Bisdom was om oude documenten van de kerk die ik van een oude Lissewegenaar gekregen had, af te geven voor het archief, kreeg ik de kans het schilderij te fotograferen. Kijk ook eens op de achtergrond: zien we door het raam een beeld van de abdij van Ter Doest?

Vincent Doens

Vincent Doens - eigen foto


Hij had financiële kennis als bestuurder en ontvanger van de landerijen in Graauw en was dus pastoor in Krabbendijke toen hij verkozen werd tot abt in 1559. Het was toen zo dat keizer Karel V ervoor had gezorgd dat abten in de zestiende eeuw onder het toezicht van het centraal gezag moesten verkozen worden. Twee of drie regeringscommissarissen werden bij het sterven van een abt naar een abdij gestuurd om te horen bij de monniken wie hun voorkeur had. Zij zaten ook de stemming voor en gaven later een verslag aan het centraal gezag over de stemming. Pas na dit verslag kon een abt benoemd worden. 

Hierdoor weten we wel het één en ander over die periode. Het was een periode waarin de abtsverkiezingen elkaar opvolgden: er waren er op 29 december 1549, 17 april 1556 en dus op 26 juni 1559, waarbij Vincent Doens werd verkozen tot abt. Hij had zijn verkiezing wellicht te danken aan zijn financiële ervaring want de abdij had een bestuurder met kennis van geldelijke zaken nodig, want die gingen niet zo goed. Bovendien had de verkiezing in 1556 zijn sporen nagelaten: toen was het een strijd tussen de jongeren die de 36-jarige kandidaat-abt Christoffel van Hulst en de ouderen die de 49-jarige Antheunis de Brakele verkozen. Die laatste won het. In 1556 schreef de pastoor van Lissewege, Jan Talboom, dat de jongeren in de abdij eerder 'wulpsch' waren en dat de dienst van de kerk vroeger 'met meerder graviteyt' gebeurde (graviteyt=ernst). Maar het was niet enkel de lossere zeden die toen de verkiezing van abt de Brakele verwezenlijkte, maar ook omdat de abt daarvoor ook jong was en het niet zo nauw had genomen met het geldelijk beheer van de abdij. Toen Vincent Doens in 1559 aan de macht kwam, was Ter Doest verarmd. Ook omdat de meeste bezittingen in Zeeland overstroomd waren, deels verloren waren en dus ook niet voor inkomsten konden zorgen. 

Als abt had hij ook het toezicht op de twee vrouwenkloosters vanTer Doest bij Waterlooswerve bij Domburg en Bethlehem bij Elkerzee.  Zo was hij op 10 maart 1564 aanwezig bij de keuze voor een nieuwe abdis in Bethlehem en zond hij een verslag van deze verkiezing naar de landvoogdes Magaretha van Parma

Klooster Bethlehem Elkerzee

Overblijfselen van het klooster van Bethlehem (1745) - bron: Atlasenkaart.nl

Wat heeft geleid tot de ondergang van Ter Doest in Lissewege?

Er zijn verschillende redenen die hebben geleid tot de ondergang van Ter Doest en tot de situatie dat Vincent Doens de laatste abt werd:

1. De daling van het aantal monniken in Ter Doest

Het aantal monniken was al een tijdje in dalende lijn:

- tussen 1549 en 1559: 34 monniken, waarvan 17 priesters, 1 diaken en 2 subdiakens (1549).

- het aantal novicen (dit zijn kandidaat monniken) in de periode 1549-1559: 12. Zij werden niet meer geworven uit Zeeland of Zeeuws-Vlaanderen, maar uit verdere streken: zo waren er  novicen uit Brugge (7), Gent (1), Dendermonde (1), Doornik (1), Oudenaarde (1), Halewijn bij Menen (1). Dit betekent maar ongeveer 1 per jaar.

De monniken bevonden zich niet allemaal in Ter Doest, maar dus ook als ontvanger of kapelaan bij de landerijen en hoeves of als in de vrouwenabdijen als biechtvader of kapelaan. Zo waren er in 1556 4 priesters die niet in Ter Doest verbleven. Vincent Doenst was zo nog steeds ontvanger op de goederen in Graauw.  Eenzelfde daling van monniken deed zich ook voor in de abdij van Ter Duinen: die had in 1550 maar een 15-tal monniken (plus ook nog personeel), terwijl ze ooit gebouwd was voor 300 monniken en lekenbroeders. 

Toen Vincent Doens abt werd in 1559 waren er nog maar een twintigtal monniken in Ter Doest. 

2. De overstromingen van de landerijen van Ter Doest en financiële lasten

In de zestiende eeuw waren er herhaalde overstromingen van hun bezittingen in Zeeuws-Vlaanderen. Het vergde veel geld om deze telkens terug te herwinnen en terug uit te baten. Soms lukte dit, soms niet. De abdij kwam deze situatie financieel niet meer te boven. Zeker niet omdat er nieuwe belastingen kwamen voor het onderhoud van de haven van Sluis en omdat ook Rome speciale belastingen oplegde om de kruistochten te financieren. 

3. De beslissing om de abdij toe te wijzen aan het Bisdom Brugge

Paus Paulus VI richtte in 1559 het Bisdom Brugge op. In een bul in 1561 besliste hij dat de bisschop in Brugge kon beschikken over de goederen van Ter Doest tot grote ontzetting van Vincent Doens. Hij besefte dat hij de laatste abt van Ter Doest zou zijn. Hij mocht zijn functie behouden, maar na zijn dood zou er nooit nog een abt aangesteld worden; er zou na zijn overlijden alleen nog een cisterciënzerprior aangeduid worden voor de plaatselijke leiding over de abdij van Ter Doest, maar de feitelijke leiding zou bij het Bisdom liggen. Abt Doens vreesde dat dit ook de uiteindelijke ondergang van de abdij zou worden. De monniken mochten blijven. 

Abt Vincent Doens ging niet akkoord. Onderhandelingen met Ter Duinen leverden niets op. De abt vroeg aan bisschop Pieter de Corte (1562-1567) om Ter Doest te ruilen voor een vrije, vacante abdij. De abt kreeg de steun van de Staten van Vlaanderen en de zaak leek nog niet definitief te zijn beslist, maar toen abt Vincent Doens op 29 april 1569 overleed, maakte de nieuwe bisschop Remi Drieux (1569-1594) van de gelegenheid gebruik om Ter Doest in te palmen. 

Op basis van een koninklijke toestemming van 2 november nam bisschop Drieux op 22 november 1569 de abdij Ter Doest letterlijk in bezit. Dit betekende dat de Cisterciënzerorde zelfs de abdij gewoon verloor aan 'vreemde handen'. 

4. De brand in de abdij in 1571

Er was een groeiende religieuze onvreden tussen katholieken en protestanten. In 1571 werd de abdij zelfs in brand gestoken door opstandige streekbewoners (dit zouden inwoners van Ramskapelle en Westkapelle geweest zijn). Er werd door de opstandige Staten-Generaal een abt aangesteld (Cornelius van den houte, een monnik van de abdij van Baudeloo)  die als taak had om bezit te verkopen om de schuldenlast te delgen, want de abdij had de bisschop nog niet veel geluk gebracht (zou dat karma geweest zijn?): de inkomsten van de abdij bleven ondermaats, ook door verdere overstromingen van de bezittingen. Cornelius verkocht landen landen te Lissewege, Dudzele, Heist, Uitkerke en Zuienkerke, maar hij zou zich schuldig gemaakt hebben aan 'verspilling' ten nadele van de abdij. 
Daardoor was de bisschop onderhandelingen met Ter Duinen opgestart om van de abdij af te raken, maar de oproer gooide roet in het eten. 

Slechts in 1584 kwam de streek opnieuw onder katholiek gezag. Bisschop Drieux had opnieuw het heft in handen na de verzoening met Spanje en stelde een monnik-administrator aan om de schulden op te lossen. Zijn opvolger, bisschop Matthias Lambrecht besliste dat er geen novicen meer mochten aangenomen worden in Ter Doest, wat de uiteindelijke doodsteek werd, want zonder novicen sterft een abdij uit. In 1624 werd een akkoord bereikt door bisschop Denis Stoffels en gingen de goederen van Ter Doest over naar Ter Duinen, wat Ter Duinen goed uitkwam want ze konden de gronden van het refugehuis van Ter Doest gebruiken voor de bouw vanaf 1628 van hun nieuwe abdij in Brugge (het huidige Groot-Seminarie) Alles ging naar Ter Duinen: de hoeven, landerijen en het bouwpatrimonium, de kunstwerken, het archief en de bibliotheek…  in ruil voor een aanzienlijk jaargeld voor het Bisdom. De laatste twee monniken van Ter Doest stemden er kort voor hun dood mee in.  De omvangrijke landerijen in Zeeland gingen evenwel, zoals die van Ten Duinen, in 1648 verloren aan de Oranjedynastie. De oude abdijgebouwen te Lissewege werden ontmanteld, deels om de nieuwe Duinenabdij in Brugge neer te zetten. Later werden uit de weiden nog stenen gehaald om na WO II de kerktoren te herstellen. Gelukkig is niet alles eruit gehaald en zijn er nu nog archeologische mogelijkheden tot opgraving. 

Pieter De Corte

Bisschop Pieter de Corte bron: Wikipedia

Bisschop Remi Drieux - bron: wikipedia

Matthias Lambrecht

Bisschop Matthias Lambrecht- bron: Wikipedia

Denis Stoffels

Bisschop Dennis Stoffels - bron: Wikipedia

De monniken van Ten Duinen bleven de site van Ter Doest bezoeken, ook nadat de Duinenabdij door de Fransen in 1796 was afgeschaft en de bezittingen waren genationaliseerd en verkocht. De gewezen monniken slaagden er later in om het oude domein van Ter Doest in Lissewege terug te kopen. Bij de dood van de laatste monnik van Ter Duinen, Niklaas de Roover, werd Ter Doest in 1833 nagelaten aan de eerste bisschop van het bisdom Brugge na de Franse bezetting. In 1870 werd Ter Doest dan overgedragen aan de kathedrale kerkfabriek van Sint-Salvator Brugge, waarna het domein werd verpacht en in erfpacht werd gegeven.

De huidige gebouwen op het domein van Ter Doest

De hoeve met duiventoren en het poortgebouw, die je nu beiden nu nog kan zien, werden in 1651 in opdracht van de abt Bernard Bottyn van de Ter Duinenabdij gebouwd. Er verbleef altijd nog een monnik van Ter Duinen op het domein. Het kapelletje van Ter Doest werd in opdracht van abt Maarten Collé in 1687 gebouwd (maar het waarom is een heel ander verhaal dat ik later wel eens zal vertellen). Dat betekent dat enkel de dertiende eeuwse schuur het enige originele gebouw is dat overblijft van de ooit befaamde abdij van Ter Doest.

De monniken van Ten Duinen bleven de site van Ter Doest bezoeken, ook nadat de Duinenabdij door de Fransen in 1796 was afgeschaft en de bezittingen waren genationaliseerd en verkocht. De gewezen monniken slaagden er in om het oude domein van Ter Doest in Lissewege terug te kopen. Bij de dood van de laatste Duinheer, Niklaas de Roover, werd Ter Doest in 1833 nagelaten aan de eerste bisschop van het bisdom Brugge dat na de Franse bezetting opnieuw werd ingericht. In 1870 werd Ter Doest dan overgedragen aan de kathedrale kerkfabriek van Sint-Salvator Brugge, waarna het domein sindsdien is verpacht.

Nicolaas De Rover

Nicolaas De Rover - Bron: Wikipedia


Wat bezat Vincent Doens bij zijn overlijden?

Bij het overlijden van Vincentius Doens werd een inventaris opgemaakt en daardoor weten we wat hij bezat: een doosje met 17 kostbare ringen en gouden kettingen, zilveren lepels en een zilveren bierkroes. Vincent Doens zou een sjofele figuur geweest zijn die wat mankte. Hij was financieel onderlegd gelet op zijn functies als portier van de abdij en ontvanger van de goederen en landerijen in Zeeland. Hij zou geen woord Frans gesproken hebben, wat misschien wel van pas kwam want de monniken waren niet gesteld op Franse bemoeizucht van de overheid. 

Kan abt Vincent Doenst terugkeren naar Lissewege?

Dat is de vraag die ik me stel. Als je nu dit gelezen hebt en je kent het verhaal van deze abt, waar is dan de plaats van zijn schilderij: in het bisdom of in een toekomstig museum in Lissewege op de site van de abdij Ter Doest?

Wat denk jij?

Het zou een mooie geste zijn van het bisdom moest het schilderij ooit in een museum op de abdijsite terechtkomen. Ik hoop dat de abt terugkeert, en jij?

Bronnen:

ANECA, H., "De laatste jaren van Ter Doest. Abten en monniken 1550-1580", Biekorf, 1964, 355.

BALLEGEER, J., "Praatjes bij straatjes: Straten in het werkgebied van de Heemkring St.-Guthago (deel 3)", Rond de Poldertorens, 2003, 111-147.

DENDOOVEN, L., De abdij van Ter Doest,1956.

FRUYTIER, J., "Doens, Vincent"in Nieuw Nederlands Bibliografisch Woordenboek, 1991-1937.

VAN HOLLEBEKE, L. Lisseweghe, son église et son abbye, 1863, 174-175

https://mmmonk.be/geschiedenis-van-de-abdij-van-ter-doest/https://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_Ter_Doesthttps://encyclopedievanzeeland.nl/Vincent_Doenshttp://www.ethesis.net/monnikenwerk/monnikenwerk_deel_2.htm

https://raymondstrymes.blogspot.com/p/sint-laureins-ook-zij-zijn-geboren-in_17.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_bisschoppen_van_Brugge

Enter your text here...

Wil je meer weten over de geschiedenis van Lissewege?

Grasduin in onze kennisbank (in opbouw). Wie een bijdrage wilt leveren kan altijd een mailtje sturen naar cunamo@proton.me

Lees een thriller die zich afspeelt in Lissewege

Zoektocht naar de heilige graal van de tempeliers, verborgen symboliek in de kerk, een seriemoordenaar die moordt volgens de 7 hoofdzonden, wat wil je nog meer? Met spotifylijst.

Overnachten

Als je wilt overnachten in Lissewege, kan je kijken op de pagina Overnachten, maar je kan hieronder ook direct zoeken via Trivago voor de beste deal. Vergeet niets op vakantie met de handige checklists van Checklistworld.be.


Voor als je nog meer informatie wilt:

B&B Maison Marraine

B&B Maison Marraine

Walram Romboudt (1598-1668)

Walram Romboudt (1598-1668)
>